Training van de bovenlijn van het paard - deel 2; hoe?

In de vorige blog is beschreven waarom het belangrijk is om de bovenlijn (en derhalve ook de onderlijn) van je paard te trainen. http://paardgevoelig.nl/blog/training-van-de-bovenlijn-van-het-paard-deel-1-waarom

In deze blog meer uitleg over welke oefeningen hiervoor geschikt zijn en hoe je deze oefeningen op correcte wijze uitvoert. Voorwaarts neerwaarts rijden is dus een belangrijke basis in de training. 

Voorwaarts neerwaarts rijden houdt in dat het paard met de neus voor de loodlijn wordt gereden met een neerwaartse halshouding. Het is dus niet de bedoeling dat het paard op een (te) hoog tempo wordt gereden. Het stukje voorwaarts heeft betrekking op de hoofdhouding. Uiteraard is het ook belangrijk om het paard met voldoende impuls te rijden om daarmee de activiteit vanuit de achterhand te waarborgen. Het beeld dient er als volgt uit te zien:


Het bekken wordt gekanteld waardoor het paard het achterbeen verder onder de massa brengt. De buikspieren worden aangespannen en de rug komt tot dragen. De hals wordt vanuit de schoft gedragen door middel van een "schoftlift", waarna de hals neerwaarts gaat. De schoft is het hoogste punt. De hals behoudt voldoende lengte doordat de neus voor de loodlijn komt echter dient de hals niet volledig gestrekt te worden. Het hoofd wordt ongeveer op boeghoogte gedragen. De ruiter heeft een licht contact met het bit of de neusriem. Belangrijk is dat het paard in een gelijkmatig tempo loopt met voldoende impuls en behoud van ontspanning. Het voorwaarts neerwaarts rijden kan in stap, draf en galop uitgevoerd worden.


Veel voorkomende valkuilen:

- De hals komt de laag waardoor de schoft niet meer gelift kan worden. Het paard zal meer op de voorhand komen in plaats van dat de gewenste draagkracht vanuit de achterhand wordt bereikt.

- De neus komt achter de loodlijn. Het paard zal korter gaan bewegen. De ruiter verliest het contact, wat ten koste gaat van de aanleuning.

- Het paard komt terug in tempo of loopt op een te hoog tempo. Bij onvoldoende activiteit zal het achterbeen niet onder de massa worden gebracht en komt de rug niet tot dragen. Wanneer het paard op een te hoog tempo loopt zal het achterbeen gaan stuwen in plaats van dragen. Het paard wordt mogelijk zwaarder in de hand wat eveneens te koste gaat van de aanleuning.


Wat zijn effectieve oefeningen om het paard sterker in de bovenlijn te laten worden?


Tempowisselingen

Door het schakelen in tempo wordt de  activiteit vanuit de achterhand opgewekt en kan bij een paard dat op een te hoog tempo loopt het tempo beter gecontroleerd worden. Voor een paard dat te veel terug komt in tempo is het aan te raden om lange lijnen te rijden. Wees duidelijk met de voorwaartse hulp en behoudt een licht contact op te teugel, ook tijdens het voorwaarts rijden. Voorkom dat je lange stukken het paard over zijn tempo "jaagt". Slechts enkele passen voorwaarts rijden om vervolgens weer op een gelijkmatig basistempo uit te komen is voldoende, herhaal dit regelmatig. Wanneer je deze oefening in draf doet kun je beter lichtrijden dan doorzitten. 


Een paard dat over het tempo loopt kan op de volte beter gecontroleerd worden en tot ontspanning komen. Probeer ten alle tijde de ontspanning en een luchtig contact op de teugel te bewaren. Ga niet mee in de voorwaartse beweging maar probeer het tempo onder controle te krijgen door middel van je zit, in draf betekent dit "langzaam" lichtrijden. Rijd met name schakelingen terug in tempo door het paard op jou te laten wachten, om het vervolgens weer in een vloeiende overgang naar een wat actiever tempo te rijden.


Wanneer het tempo goed onder controle is kun je in alle 3 de gangen tempowisselingen rijden om het paard sterker te maken. Je kan variëren in de verschillende gangen maar ook op lange lijnen, voltes, wendingen etc.


Achterwaarts gaan

Een goede oefening voor het sterker maken van de buikspieren is achterwaarts gaan.  Belangrijk is dat het paard actief en recht achterwaarts gaat en dat de aanleuning behouden blijft. Daarnaast dient het paard "diagonaal" achterwaarts te gaan. Dat wil zeggen dat de diagonale benenparen (linksvoor/rechtsachter en rechtsvoor/linksachter) tegelijk achteruit gaan. Wissel het achterwaarts gaan af met (actief) voorwaarts rijden.


Galop

In galop spant het paard de buikspieren meer aan dan in stap en draf. Schakelen in tempo en afwisselen in halshouding is een goede manier om het paard sterker te maken. Met name de overgang van stap naar galop is een zeer goede oefening omdat het paard tijdens deze overgang het bekken kantelt (waardoor de buikspieren worden aangespannen en de rugspieren op lengte komen).

Ook hierbij is weer belangrijk dat de basis goed is. Werk altijd vanuit ontspanning met een voorwaarts gereden paard en behoud van de aanleuning. Spring aan vanuit een vlotte maar ontspannen stap, waarbij het paard actief is en alert voor je hulpen.


Loop je tegen problemen aan of vind je het prettig ondersteuning te hebben tijdens de training van je paard? Neem dan contact op voor het inplannen van een lesafspraak zodat we samen aan de slag kunnen. Ik help je er graag bij!




fullsizeoutput_32edjpeg